Vier-factorenmodel

Vier-factorenmodel

Volgens het vier-factorenmodel van oudervervreemding moet er, wil er sprake zijn van vervreemding, sprake zijn van: 

(1) een eerdere positieve relatie tussen het kind en de nu verstoten ouder; 

(2) afwezigheid van mishandeling door de verstoten ouder 

(3) gebruik van vervreemdend gedrag door de begunstigde ouder; en 

(4) aanwezigheid van gedragsuitingen van vervreemding bij het kind. 

Het doel van de huidige studie was het bepalen van de betrouwbaarheid en validiteit van het vier-factoren model als een model van ouderlijke vervreemding.

De studie testte de betrouwbaarheid en validiteit van het vier-factoren model door professionals in de geestelijke gezondheidszorg vignetten te laten coderen die een combinatie van aan- en afwezigheid van de factoren vertegenwoordigden. De betrouwbaarheid was vrij hoog voor alle vignetten, codeurs en factoren. Er was overeenstemming dat wanneer alle vier de factoren aanwezig zijn, er sprake is van vervreemding en wanneer één factor of geen enkele factor aanwezig is, er geen sprake is van vervreemding. Deze gegevens ondersteunen het vier-factoren model en suggereren mogelijkheden om de wisselwerking tussen de factoren die relevant worden geacht door professionals in de geestelijke gezondheidszorg op het gebied van de relatie van kinderen met hun gescheiden ouders, verder te bestuderen.

Punten voor de praktijk

– Het vier-factorenmodel van ouderlijke vervreemding is een raamwerk om ervoor te zorgen dat informatie over alle partijen wordt meegenomen in voogdijbeoordelingen

– Het vier-factorenmodel van oudervervreemding kan worden gebruikt om vervreemde van vervreemde kinderen te onderscheiden

– De betrouwbaarheid en validiteit van het vier-factoren model van ouderlijke vervreemding zal relevant zijn voor professionals die getuigenissen van deskundigen afleggen

 

https://doi.org/10.1111/1467-6427.12253

according to the four-factor model of parental alienation, in order for alienation to be present there must be:
(1) a prior positive relationship between the child and the now rejected parent;
(2) absence of maltreatment by the rejected parent;
(3) use of alienating behaviours by the favoured parent; and
(4) presence of behavioural manifestations of alienation in the child.

The purpose of the current study was to determine the reliability and validity of the four-factor model as a model of parental alienation. The study tested the reliability and validity of the four-factor model by having mental health professionals code vignettes representing a combination of presence and absence of the factors. Reliability was quite high across the vignettes, coders and factors. There was agreement that when all four factors are present the case is alienation and when one or no factor are present it is not alienation. These data support the four-factor model and suggest avenues for continuing to study the interplay among the factors deemed relevant by mental health professionals in the field of children’s relationships with their divorced parents.

Practitioner points

  • The four-factor model of parental alienation is a framework to ensure that information about all parties is factored into custody assessments
  • The four-factor model of parental alienation can be used to differentiate alienated from estranged children
  • The reliability and validity of the four-factor model of parental alienation will be relevant for professionals providing expert testimony

Bron:

Journal of Family Therapy

Original Paper

Reliability and validity of the four-factor model of parental alienation

Amy J. L. Baker

First published: 20 December 2018

 

Gerelateerde Artikelen

Wetenschappelijk rapport werkelijkheidsvinding

Werkelijkheidsvinding voor rechters bij  jeugdbeschermingszaken Recente wetenschappelijke inzichten voor rechters, beleidsmakers en de jeugdbescherming   Rapport Mei 2021 Wetenschappelijke feitenverzameling jegens zorg voor jeugd AdoptieZaken & Familierecht …