Over ons

Het Verloren Kind is het kind in nood dat onder druk van mentaal of fysiek geweld zowel de eigen vader of moeder als zichzelf moet afwijzen!

Stichting Het Verloren Kind wenst bij te dragen aan positieve ontwikkelingen in de samenleving. In februari 2021 werd in het adviesrapport van het expertteam ouderverstoting/complexe omgangsproblematiek openbaar erkend dat bij zogeheten ‘complexe’ scheidingen ernstig rekening moet worden gehouden met oudervervreemding en ouderverstoting. Iedereen is het erover eens dat oplossingen en verbeteringen hard nodig zijn. Het betreft de kwetsbaarheid van kinderen en is dus uitermate urgent! Met dit motief draagt Het Verloren kind zo breed mogelijk kennis en praktijkervaring uit, zodat de problematiek door ouders, familie, vrienden én professionals, ook in het recht, zo vroeg mogelijk kan worden herkend en erkend en zodat ouders én professionals daar beleid op kunnen voeren ter bescherming van het kind!

De professionals die voor kinderen en hun ouders het verschil kunnen maken, zullen zich echter ook gesteund moeten weten door nieuwe keuzes in het beleid, in het recht en in de opleidingen.

Op het platform van Het Verloren Kind wordt samengewerkt aan constructieve ideeën, gericht op oplossingen. Krachten worden gebundeld om eenieder die van invloed kan zijn op het verbeteren van de positie van kinderen en hun ouders daartoe te bewegen. Structurele oplossingen zijn nodig en bij deze schrijnende problematiek mag dat niet wachten!

Het Verloren Kind is een ANBI-stichting, zonder winstoogmerk en alleen gericht op uitwisseling en verbetering van beleid en praktijk. De stichting en haar medewerkers gaan geheel onafhankelijk vanuit de inhoud te werk. Medewerkers doen hun werk onbezoldigd en op persoonlijke titel. De inkomsten van de stichting bestaan uit giften.

MISSIE

Stichting Het Verloren Kind is er om te zorgen dat oudervervreemding en -verstoting worden voorkomen zodat kinderen in het contact met allebei de ouders veilig en gezond kunnen opgroeien.

Stichting Het Verloren Kind wil oudervervreemding en ouderverstoting voorkomen door:

  • Het bieden van een ontmoetingsplaats waar alle ouders, professionals en omstanders kunnen samenkomen; om kennis en praktijkervaring te delen, naar oplossingen te zoeken, te leren, om hulp te geven en hulp te vinden, om elkaar te versterken. 
  • Het bouwen aan een plaats waar adequate hulp en informatie beschikbaar is voor ouders, professionals en omstanders, zodat zij zo vroeg mogelijk kunnen onderkennen wat er gebeurt en in staat zijn om passend beleid te voeren ter bescherming van het kind!
  • Het creëren van breed draagvlak in de samenleving –de mensen die ermee te maken hebben, de betrokken sectoren (zorg, onderwijs, justitie, welzijn), de lokale en landelijke politiek, de beroepsopleidingen, de wetenschap – voor verbetering van de positie van kinderen en hun ouders in de problematiek van oudervervreemding en ouderverstoting, zodat duurzame oplossingen in praktijk kunnen worden gebracht.

Onze uitgangspunten hierin zijn:

  • Wij kiezen partij voor het kind in nood, dat recht heeft om autonoom te worden en eigen keuzes te leren maken.
  • Het Verloren Kind is gericht op oplossingen.
  • Oudervervreemding en ouderverstoting wordt bekeken vanuit het geheel van posities en belangen rond het kind en de professionele keten.
  • Inhoud van Het Verloren Kind is neutraal en feitelijk en is gebaseerd op argumenten.
  • We staan voor het begrenzen van mentaal en fysiek geweld.
  • Er wordt respectvol omgegaan met ieders autonomie, grenzen en mogelijkheden.
  • De ontmoetingsplaats is een plek om over een gevoelig onderwerp van gedachten te kunnen wisselen, te overwegen, ideeën uit te dragen, deze te bevragen of bij te stellen zonder dat dit direct consequenties heeft voor de persoonlijke casus of de positie van de professional.   

Stichting Het Verloren Kind wil oudervervreemding en ouderverstoting voorkomen door:

  • Een hoofdmenu met een uitgebreide beschrijving van wat oudervervreemding en ouderverstoting inhoudt voor kinderen, ouders en professionals. Mogelijkheden voor hulp worden besproken. De tekst is bedoeld om houvast te geven aan betrokkenen en om inhoudelijke discussie over oplossingen te stimuleren.
  • Een besloten sociaal platform waar wordt samengewerkt aan constructieve ideeën, gericht op oplossingen. Het platform is toegankelijk voor particulieren en professionals het is beveiligd met een wachtwoord. Er gelden huisregels waar de deelnemers zichzelf en elkaar aan houden. Op het platform kan iedereen posten en kunnen groepen worden gevormd.
  • Een openbare leestafel met originele en herplaatste publicaties van professionals die zich met het thema bezighouden. De leestafel biedt geselecteerde professionals de mogelijkheid om eigen artikelen te plaatsen, mits zij bijdragen aan zinvolle oplossingen en/of hulp bieden. Hierdoor wordt zo veel mogelijk informatie over oudervervreemding en ouderverstoting samengebracht en kunnen hulpverleners en hulpzoekenden elkaar makkelijker vinden. Het Verloren Kind is niet verantwoordelijk voor de informatie die wordt geplaatst. Eventuele discussie over de inhoud van de leestafel kan plaatsvinden op het sociaal platform.

Peter Beerents

Oprichter Stichting Het Verloren Kind

Peter is door een pijnlijke geschiedenis noodgedwongen ervaringsdeskundige geworden op het gebied van ouderverstoting. Niet omdat hij daar aanleiding toe gaf, maar omdat hij jarenlang heeft moeten vechten tegen de ziekmakende dynamiek van een ouder die koste wat kost hem uit het leven van haar kind wilde verdrijven. En tegen een systeem van jeugdzorg en rechtspraak dat zijn en hem zoon daartegen had moeten beschermen, maar hen uiteindelijk volledig in de steek liet. Vanaf de geboorte van zijn zoon heeft Peter zich twaalf jaar lang moeten verzetten tegen onnodige omgangsobstructie, dwangmatige controle, manipulaties en een eindeloze reeks rechtszaken, aangespannen door de moeder van zijn zoon. De vrouw bleek al tijdens haar zwangerschap heimelijk niet echt gescheiden van haar onvruchtbare echtgenoot, een geslepen procesadvocaat. Samen wist het echtpaar het familierecht 12 jaar lang als strijdmiddel in te zetten.

Totdat zijn zoon twaalf jaar werd en de moeder voor de zoveelste keer een bodemprocedure tegen hem aanspande. Niet toevallig, want vanaf die leeftijd worden kinderen in beginsel door de rechter uitgenodigd om hun mening te geven. Voor zijn zoon werd de druk uiteindelijk te groot. Hij koos voor wat zijn moeder en haar echtgenoot van hem opgedrongen hadden. Niet omdat hij zijn vader niet meer liefhad, maar, zoals hij zijn vader jaren later zou vertellen, omdat hij bang was geworden en geen andere uitweg meer zag.

Wat daarna volgde, was voor Peter even verbijsterend als verwoestend.

Hij werd geconfronteerd met het ondermaatse optreden van de Raad voor de Kinderbescherming, het ronduit incapabele prutswerk van rechter Peter Björn Martens bij de rechtbank Amsterdam, het onnozele en slappe optreden van bijzondere curator Ine Vosbergen en, anderhalf jaar later (!), in hoger beroep, opnieuw hetzelfde prutswerk bij het gerechtshof Amsterdam.

Het feit dat zijn zoon jarenlang inzet was geweest van een eenzijdige, pathologische machtsstrijd, waarbij zijn zoon steeds verder onder druk werd gezet om aan de eisen van zijn moeder te voldoen, werd totaal niet onderzocht. Laat staan erkend. Geen enkel feitenonderzoek naar de voorgeschiedenis, geen gedegen onderzoek naar de verstotingsdynamiek, geen behoorlijke toetsing van de beschuldigingen en geen enkele wezenlijke poging om te achterhalen waarom een kind dat 13 dagen per maand, jarenlang zonder enig probleem en vol geluk en plezier bij zijn vader had gewoond, zich plotseling van diezelfde vader afkeerde.

Terwijl juist dát alle alarmbellen had moeten laten afgaan.

Peter heeft tijdens de verschillende juridische procedures herhaaldelijk om hulp gevraagd. Hij waarschuwde voor de emotionele en psychische mishandeling waaraan hij en zijn zoon werden blootgesteld. Hij vroeg om bescherming van zijn kind en om deskundigen die de jarenlange manipulaties, de voortdurende conflicten en de psychische druk op zijn zoon eindelijk serieus zouden nemen. Maar zijn noodkreten werden genegeerd, terwijl zijn zoon steeds verder van hem werd verwijderd. Het mocht allemaal niet baten.

Sterker nog, zijn verwoede pogingen om zijn kind en zichzelf tegen deze psychische terreur te beschermen, werden uiteindelijk zijn valkuil. Hoe harder hij waarschuwde, hoe meer hij zelf als onderdeel van het probleem werd gezien. Zijn verzet tegen de verstoting werd hem aangerekend, terwijl de gedragingen waartegen hij zich verzette buiten schot bleven.

Peter werd als vader steeds verder begrensd, weggezet en gediskwalificeerd. Niet alleen door de moeder, maar ook door de betrokken ‘professionals’ die geacht werden onafhankelijk en zorgvuldig te handelen.

De valse beweringen en leugens van de moeder over zijn persoon en gedrag werden klakkeloos voor waar aangenomen. Zonder deugdelijk bewijs, zonder serieus hoor en wederhoor over de onderliggende feiten en zonder daadwerkelijk onderzoek naar de jarenlange voorgeschiedenis. Van een gerichte interventie om de relatie tussen vader en zoon te beschermen of te herstellen was naar zijn ervaring nauwelijks sprake. Behoudens een bezoek van ongeveer een uur aan bijzondere curator Vosbergen gebeurde er feitelijk niets wat ook maar in de buurt kwam van een gedegen onderzoek naar ouderverstoting.

Rechter Martens vond het maar beter om het kind ‘rust’ te geven, hem uit de strijd te halen en de volledige zorg bij de moeder neer te leggen. Peter moest volgens hem ‘maar eens aan zichzelf gaan werken’. En als genadeschot kreeg hij ook nog eens een onrechtmatig en disproportioneel omgangsverbod voor onbepaalde tijd opgelegd!!!

De rechtbank Amsterdam koos daarmee niet voor bescherming van het kind tegen de schadelijke dynamiek, maar voor het bevestigen van de situatie die door diezelfde dynamiek was ontstaan.

En het gerechtshof Amsterdam? Dat nam de beslissing anderhalf jaar later in essentie over. Een z.g. jeugdbeschermer, die de zoon zelf nog nooit had ontmoet adviseerde dat er naar de wil van het kind moest worden geluisterd. Daarbij werd nog de hoop uitgesproken dat de ouders er samen alsnog uit zouden komen, waarbij de moeder ‘in het bijzonder werd aangekeken’. Dat was de bloody limit. Het Hof doorzag wat er speelde en deed helemaal niets. Er was immers alweer 2 jaar voorbij.

Alsof een jarenlange, doelbewuste uitsluiting van een vader met een vrijblijvende hoop op betere samenwerking ongedaan kon worden gemaakt.

Dat is misschien nog wel het meest onthutsende aan deze geschiedenis. Instanties die diep ingrijpende beslissingen nemen over het leven van een kind, zonder behoorlijk te onderzoeken hoe de situatie is ontstaan, wie daarvoor verantwoordelijk is en welke psychische schade er wordt aangericht. Vervolgens wordt diezelfde situatie als een voldongen feit behandeld. Het kind wil geen contact meer, dus moet het ‘rust’ krijgen. En daarmee wordt precies bereikt wat de verstotende ouder al die jaren heeft nagestreefd.

Zo wordt het resultaat van psychische mishandeling aangezien voor de vrije wil van het kind. En wordt het slachtoffer van de verstoting uiteindelijk gestraft, terwijl de veroorzaker ermee wegkomt.

Sinds 2019 waren vader en zoon volledig van elkaar afgesneden. Geen bezoek, geen telefoontje, geen bericht. Helemaal niets. En dat terwijl ze daarvoor 12 jaar lang, iedere twee weken zes dagen samen waren en een bijzonder hechte, liefdevolle en fijne band hadden.

Zes dagen per twee weken een vader en zoon die intens van elkaar genoten. En vervolgens van de ene op de andere dag helemaal niets meer.

Zes en een half jaar lang.

Dat is niet zomaar een verstoorde omgangsregeling. Dat is het wegvallen van een fundamentele ouder-kindrelatie, met alle verdriet, angst, machteloosheid en psychische schade van dien. Zes en een half jaar waarin de jongen zijn vader moest missen en de vader niet eens wist hoe het met zijn kind ging.

Voor Peter werd na de nachtmerrie bij de rechtbanken pijnlijk duidelijk hoe ernstig het familierecht en de jeugdbeschermingsketen kunnen tekortschieten wanneer sprake is van ouderverstoting. Naar zijn ervaring ontbreekt het bij de betrokken instanties aan de noodzakelijke kennis, deskundigheid en bereidheid om deze problematiek tijdig te herkennen, degelijk te onderzoeken en slachtoffers daadwerkelijk rechtsbescherming te bieden.

Want wat stelt kinderbescherming nog voor wanneer een kind jarenlang onder psychische druk kan staan en de verantwoordelijke instanties niet eens behoorlijk onderzoeken of daarvan sprake is? En wat is rechtspraak waard wanneer ernstige beschuldigingen en vermoedens niet op feiten worden getoetst, maar uiteindelijk wel worden gebruikt om een vader uit het leven van zijn kind te verwijderen?

De ongelofelijke puinhoop die de jeugdbeschermingsketen in het leven van Peter en zijn zoon heeft aangericht, heeft bij beiden diepe sporen achtergelaten. Nog los van de bijna twee ton aan proceskosten die Peter heeft moeten maken om zijn kind niet kwijt te raken en te beschermen.

Twee ton om als liefhebbende vader te mogen blijven vechten voor iets wat vanzelfsprekend had moeten zijn: een plaats in het leven van zijn eigen zoon, een zoon met zijn zorgzame vader in zijn leven.

En toen gebeurde uiteindelijk iets wat deze hele geschiedenis nóg schrijnender maakt.

Zodra zijn zoon bij zijn moeder uit huis was gegaan om te studeren en meer zelfstandig zijn leven kon inrichten, belde hij zijn vader. Hij wilde hem zo snel mogelijk weer zien.

Na zes en een half jaar!

Sindsdien spreken vader en zoon elkaar weer iedere dag. Hun innige band bleek, ondanks alle verloren jaren, niet verdwenen. Het vertrouwen en de liefde waren er nog steeds.

Maar de verhalen over die zes en een half jaar  die zijn zoon vervolgens vertelde, waren hartverscheurend.

Hij vertelde Peter hoe hij die jaren had ervaren. Hoe hij bang was gemaakt, hoe hij zijn vader vreselijk had gemist en hoe volgens hem niets klopte van wat zijn moeder over zijn vader had verteld. Hoe hij vervolgens jarenlang door haar in therapie was geduwd (!) en hoe moeilijk het voor hem was geweest om met alle druk en tegenstrijdige gevoelens om te gaan.

Een kind dat zijn vader liefhad, maar kennelijk het gevoel had dat hij die liefde niet mocht laten zien.

Dat is misschien wel de meest vernietigende vorm van ouderverstoting: wanneer een kind niet alleen het contact met een ouder verliest, maar ook het gevoel krijgt dat het die ouder niet meer mág liefhebben. Wanneer loyaliteit wordt afgedwongen door angst, afhankelijkheid, schuldgevoel en psychische druk.

Peter laat dit hartverscheurende relaas graag laten horen aan alle verantwoordelijken. Aan de pathologische moeder, haar laffe echtgenoot, de betrokken onwillige rechters, de falende bijzondere curator en de incapabele ambtenaren van de Raad voor de Kinderbescherming.

Niet om achteraf gelijk te halen, maar om hen te confronteren met de menselijke gevolgen van hun handelen en nalaten. Met de jaren die niemand ooit meer aan vader en zoon kan teruggeven. Met het onvoorstelbare leed dat voorkomen had kunnen en moeten worden.

Volgens Peter moeten ze zich allemaal kapot schamen.

Want als zijn zoon het verhaal dat hij nu vertelt destijds in alle vrijheid had kunnen vertellen, en als de betrokken professionals werkelijk hadden onderzocht wat er speelde, hoe anders had het dan kunnen lopen?

Voor Peter is dit allang niet meer uitsluitend een persoonlijk drama geweest. Het is een regelrechte aanklacht tegen een systeem dat pretendeert kinderen te beschermen, maar in dit soort situaties juist ernstig bijdraagt aan hun beschadiging.

Ouderverstoting is pure kindermishandeling en ex-partnergeweld. Wanneer een ouder een kind stelselmatig manipuleert, angst aanjaagt en psychisch onder druk zet om de andere ouder af te wijzen, is dat een ernstige vorm van emotioneel geweld. Het feit dat ouderverstoting niet als afzonderlijk misdrijf in het Wetboek van Strafrecht is opgenomen, betekent niet dat de onderliggende gedragingen onschuldig zijn. Afhankelijk van wat er gebeurt, kunnen ook bestaande strafrechtelijke bepalingen in beeld komen.

Het volledige gebrek aan serieus feitenonderzoek, het gebrek aan deskundigheid en soms zelfs de botte ontkenning dat ouderverstoting überhaupt een probleem kan zijn, maken dat jeugdzorg en justitie deze mishandeling in de praktijk faciliteren. De verstotende ouder krijgt alle ruimte, terwijl de buitengesloten ouder zich vaak letterlijk kapot procedeert en ondertussen ouder en kind elkaar verder kwijtraken. Welke rechtsbescherming heb je dan eigenlijk nog?

Daarbij wringt ook de verhouding met fundamentele mensen- en kinderrechten. Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt het recht op eerbiediging van het gezinsleven. Dat brengt voor overheden onder bepaalde omstandigheden ook positieve verplichtingen mee om de band tussen ouders en kinderen te beschermen en contact mogelijk te maken. Artikel 6 EVRM waarborgt een eerlijk proces en artikel 13 het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel bij schendingen van verdragsrechten.

Daarnaast beschermt artikel 9 van het VN-Kinderrechtenverdrag in beginsel het recht van kinderen om rechtstreeks contact met beide ouders te onderhouden, tenzij dat tegen hun belang ingaat. Artikel 12 verlangt dat een kind daadwerkelijk en vrij zijn mening kan geven, terwijl artikel 19 bescherming biedt tegen lichamelijke én geestelijke mishandeling.

Dat zijn geen vrijblijvende mooie woorden voor op papier. Het zijn fundamentele rechten die juist betekenis moeten hebben wanneer een gezin onder zware druk staat.

Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft herhaaldelijk benadrukt dat overheden actief moeten optreden om het contact tussen ouders en kinderen mogelijk te maken. Natuurlijk staat het belang en de veiligheid van het kind daarbij voorop. Maar dat belang kan toch onmogelijk zorgvuldig worden vastgesteld wanneer de oorzaken van de contactbreuk niet deugdelijk worden onderzocht?

Peter vraagt zich dan ook af hoe zulke ingrijpende rechterlijke beslissingen zich verhouden tot deze fundamentele rechten. Wie beschermde in zijn zaak het recht van zijn zoon op een onbelaste relatie met zijn vader? Wie onderzocht of zijn zoon werkelijk vrij was om zijn eigen mening te vormen? En wie nam verantwoordelijkheid voor de psychische schade toen het contact volledig werd verbroken?

Het antwoord daarop is even kort als bitter: helemaal niemand.

Ook nadat hij zijn zoon was kwijtgeraakt, bleek het bijzonder moeilijk om adequate informatie en deskundige hulp te vinden voor het verwerken van het enorme trauma van dit contactverlies en het schadelijk handelen van diverse instanties.

Ouderverstoting is een veelkoppig monster, met vele complexe psychologische en juridische invalshoeken. De verstorende dynamiek wordt vaak slecht begrepen. De ernst van de psychische schade wordt onderschat. En de omgeving kijkt niet zelden de andere kant op, met het dooddoenertje: ‘Waar twee kijven, hebben twee schuld.’

Maar waar sprake is van dwangmatige controle, manipulatie en doelbewuste uitsluiting, is die veronderstelde gelijkwaardigheid tussen de ouders juist een gevaarlijke misvatting. Natuurlijk zouden ouders allebei kunnen bijdragen aan conflicten. Maar dat ontslaat niemand van de plicht om te onderzoeken wat er werkelijk speelt, wie welke gedragingen vertoont en wat daarvan de gevolgen voor het kind zijn.

Peter heeft jarenlang moeten zoeken, lezen, onderzoeken en ervaringen met deskundigen en andere lotgenoten moeten uitwisselen om volledig te kunnen doorgronden aan welke toxische dynamieken hij en zijn zoon zo lang waren blootgesteld. Wat hem daarbij misschien nog wel het meest heeft geschokt, is hoe gemakkelijk professionals in complexe familiezaken kunnen wegkomen met een gebrek aan feitenonderzoek, zonder dat er vervolgens echte verantwoording wordt afgelegd over de schade die hun beslissingen kunnen veroorzaken.

Een verloren jeugd kun je niet herstellen. Zes en een half jaar gemiste liefde, zorg, vakanties, gesprekken, opvoeding en gewone vader-zoonmomenten krijg je nooit meer terug.

De moeder en haar man hebben 19 jaar lang niets anders geprobeerd dan zijn plaats in het leven van zijn zoon uit te wissen. Maar het zijn de instanties die dat hadden moeten onderzoeken en voorkomen, die uiteindelijk de macht hadden om in te grijpen. In plaats daarvan werd de uitsluiting door hun beslissingen bestendigd.

En juist daarin zit voor Peter het werkelijke schandaal. Al deze ervaringen hebben hem doen besluiten om de Stichting Het Verloren Kind op te richten. Een stichting waarmee hij wil voorkomen dat andere kinderen en ouders hetzelfde lot treft.

Het doel is om professionals, slachtoffers en omstanders toegankelijke, overzichtelijke en goed onderbouwde informatie te bieden over ouderverstoting, psychische mishandeling, dwingende controle en de traumatiserende gevolgen van langdurig contactverlies. Maar ook om de aandacht te vestigen op de extra schade die kan ontstaan wanneer jeugdzorg en justitie, door ondeskundigheid, gebrekkig feitenonderzoek of onjuiste beslissingen, de problemen niet oplossen maar juist verergeren.

Daarnaast biedt het kennisplatform een digitale sociale ontmoetingsplaats waar lotgenoten en hulpverleners elkaar in besloten kring kunnen ontmoeten, ervaringen kunnen delen en steun kunnen vinden.

Peter wil hiermee niet alleen slachtoffers helpen, maar ook de verantwoordelijke instanties een spiegel voorhouden. Want zolang rechters, jeugdbeschermers en andere professionals onvoldoende onderzoeken wat zich werkelijk achter een contactbreuk afspeelt, blijven kinderen het risico lopen dat hun meest fundamentele relaties worden opgeofferd aan gemakzucht, onkunde, onwil, lafheid en vermeende ‘rust’ die feitelijk alleen maar nog meer onrust oplevert.

Het is hoog tijd dat de verantwoordelijke instanties niet langer wegkijken, maar erkennen welke verwoestende schade ouderverstoting kan aanrichten en welke verantwoordelijkheid zij zelf dragen wanneer zij signalen daarvan niet serieus onderzoeken.

‘Ik hoop dat het onnodige leed dat mijn zoon en mij door zijn moeder en overheidsinstanties is aangedaan, op deze manier niet voor niets is geweest’, zegt Peter.

Want geen enkel kind zou moeten kiezen tussen zijn ouders om emotioneel te kunnen overleven. En geen enkele liefhebbende ouder zou zijn kind moeten verliezen omdat de instanties die hen hadden moeten beschermen, hun werk niet behoorlijk doen.

Peter en zijn zoon gaan overigens graag een persoonlijk gesprek aan met rechter Peter Björn Martens, om hem rechtstreeks te laten horen wat zijn onnozele beslissingen en zijn gebrek aan behoorlijk feitenonderzoek in hun levens hebben aangericht. En vooral om hem uit de mond van de zoon zelf te laten horen wat er destijds werkelijk speelde en wat zes en een half jaar gedwongen contactverlies met een kind doet. Die uitnodiging staat. Mits rechter Martens de moed heeft om de confrontatie met de gevolgen van zijn eigen handelen aan te gaan. Hij kan daarvoor contact opnemen via Stichting Het Verloren Kind.

Mr. Jan van Weegberg

Oud-Advocaat

Mr. Jan van Weegberg is oud-advocaat. Hij heeft zich van 1999 tot en met 2023 volledig beziggehouden met het personen- en familierecht in de breedste zin van het woord: echtscheidingen, gezag, omgang, kinder- en partneralimentatie, verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en afwikkeling van huwelijkse voorwaarden, ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen, verhuizingen met kinderen in binnen- en buitenland, kinderontvoering en vervangende toestemming voor zaken betreffende kinderen, zoals school, medische behandelingen, reizen naar het buitenland etc. 

Als oud-advocaat in het familierecht is hij zich er terdege van bewust dat het tot stand brengen van afspraken voor het kind voor ouders gepaard kan gaan met heftige emoties. Hij zet zich in voor een goede omgang tussen ouder en kind en is eveneens van mening dat een advocaat in deze zaken zeer terughoudend moet zijn met beschuldigingen en met kwaadspreken. Het is mede de taak en de verantwoordelijkheid van advocaten om ervoor te zorgen dat partijen niet verder uit elkaar komen te staan. Naast het belang van de ouders heeft het kind een zwaarwegend belang. 

In de visie van mr. Jan Van Weegberg moet alles op alles worden gezet en moeten alle middelen worden ingezet om ervoor te zorgen dat kinderen contact met en zorg, in welke vorm dan ook, door beide ouders kunnen blijven houden nadat deze hebben besloten om uit elkaar te gaan. Kinderen hebben recht op omgang en zorg van beide ouders, en beide ouders hebben recht op zorg voor en een familieleven met hun kinderen: dat is een fundamenteel recht.

Een zeer belangrijke uitspraak met betrekking tot omgang uit zijn praktijk is de uitspraak van de Hoge Raad van 17 januari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:91), ‘de actieve rechter’ genoemd, waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat rechters zich actief c.q. actiever moeten opstellen om omgang tussen kinderen en beide ouders te bewerkstelligen.

Erik Heslenfeld

Penningmeester

Erik Heslenfeld is afgestudeerd als fiscaal jurist in 1987. Daarna werkzaam bij een groot advieskantoor tot en met medio 1996. Vervolgens werkzaam als zelfstandig adviseur, voormalig oprichter/mede-eigenaar van Hillbrook ETS, sinds juni 2022 mede-eigenaar van Reyne Belastingadvies. Bij de Stichting Het Verloren Kind verantwoordelijk voor de financiën, de administratieve organisatie, en ook voor de relevante compliance. Vanuit een brede financiële achtergrond, streef ik naar eenvoud, transparantie, integriteit en verbinding met alle betrokkenen.