Juridisch

Wie gaat scheiden is vaak nog nooit in een rechtbank geweest

Als partners ga je uit elkaar en dit betekent dat wat gedurende de samenleving gezamenlijk is verworven of verplichtingen die zijn aangegaan, moet worden gescheiden. Ben je ouders (gehuwd, geregistreerd partnerschap of gezamenlijk gezag), dan ben je verplicht om in het kader van gezamenlijk ouderschap afspraken te maken voor het kind en vast te leggen in een ouderschapsplan. Er is op internet veel informatie te vinden over de regels en het proces van scheiden. De Raad voor Rechtsbijstand heeft bijvoorbeeld een duidelijke en uitgebreide website.

De gang van zaken bij scheiden is geregeld in het Personen- en Familierecht. Dit maakt deel uit van het burgerlijk recht (Boek 1 Burgerlijk Wetboek) en regelt zaken zoals geboorte, afstamming, huwelijk en scheiding. Internationale regels zijn vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).

Rechter en advocaat

Bij echtscheiding of geregistreerd partnerschap met kinderen moet de scheiding door een rechter worden uitgesproken. In die gevallen stelt de rechter ook het ouderschapsplan vast. De scheidende partners kunnen elk een advocaat inschakelen om de afspraken te regelen, of de afspraken samen met een mediator opstellen.

Als er geen huwelijk of geregistreerd partnerschap met kinderen is, kan een advocaat, mediator of notaris de scheiding laten vastleggen bij de burgerlijke stand.  Een ouderschapsplan mag dan – maar hoeft niet – bij een notaris worden vastgelegd. Afspraken die bij een rechter of een notaris zijn vastgelegd, bieden meer houvast voor het oplossen van problemen die later eventueel ontstaan.

Verloopt de scheiding niet soepel of ontstaan er later problemen die jullie niet samen kunnen oplossen, bijvoorbeeld over de alimentatie of de omgangsregeling voor de kinderen, dan kun je eerst proberen om er alsnog samen uit te komen, eventueel met hulp van een advocaat, mediator of neutrale derde. Dit is mogelijk als beide ouders bereid en in staat zijn om tot een oplossing te komen.

Een ouder kan ook besluiten om naleving van de afspraken af te dwingen via de rechtbank. Misschien kies je er zelf voor, of misschien schakelt de andere ouder de rechtbank in.

Je hebt dan een advocaat nodig die jou kan adviseren en bij kan staan. Een advocaat vertegenwoordigt jouw belangen. In een rechtbank sta je als ouders altijd tegenover elkaar. Dit heet het toernooimodel. Jullie kind heeft geen belang bij strijd. Een ouder die het kind wil ontvreemden, heeft wel belang bij strijd.

Heb je de website gelezen?

Zoek dan een advocaat die bij jou past en die jouw belang, maar ook het belang van jullie kind voor ogen houdt en dus geen advocaat die er alleen op uit is om strijd te voeren met de andere ‘partij’, hoe graag je misschien uit emotie zelf nog strijd wil voeren. Afhankelijk van de situatie van het moment zal een advocaat je misschien adviseren om met een derde onafhankelijke partij het gesprek aan te gaan en eventueel een gesprek met allebei de advocaten erbij, om een gang naar de rechtbank te voorkomen. Jouw situatie kan er ook om vragen om zo spoedig mogelijk voorlopige voorzieningen aan te vragen bij de rechtbank. Dit betekent dat er voorlopig afspraken over de zorgregeling en eventueel andere zaken vastliggen. Hier zal een bodemprocedure op moeten volgen waarin alle afspraken worden geregeld. Een bodemprocedure is ook nodig als de afspraken moeten worden herzien.

Het uitgangspunt bij een bodemprocedure is: Je moet er altijd samen uit komen voor er een definitief besluit valt. De rechter neemt pas een beslissing als je in het kader van gezamenlijk ouderschap tot afspraken bent gekomen. Het is mogelijk dat de ouders van de rechter de opdracht krijgen om samen een of meer programma’s te volgen om tot afspraken te komen, zoals Ouderschap Blijft. Zo’n traject kan wel acht maanden duren.

Jeugdbescherming

Jeugdbescherming wordt actief als er zorgen om de veiligheid of de ontwikkeling van het kind ontstaan. Ouders kunnen zelf om hulp vragen, er kan een doorverwijzing zijn of de rechter legt jeugdbescherming op.

Jeugdbescherming betekent formeel het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering (https://www.jeugdzorgnederland.nl/jeugdbescherming/jeugdbescherming/). Ook is er zogeheten preventieve jeugdbescherming. Dat houdt in dat in samenwerking met (lokale) professionals, ouders en het netwerk wordt gewerkt aan het herstel en versterking van de eigen kracht van het kind en het gezin. Aan de (jeugd)beschermingstafel wordt besloten of preventieve jeugdbescherming wordt ingezet. De (jeugd)beschermingstafel is een overleg tussen meerdere partijen, zoals de gecertificeerde instelling, de gemeente en andere betrokken jeugdhulporganisaties. Een gecertificeerde instelling is een jeugdzorginstelling die bevoegd is om jeugdbescherming uit te voeren.

In eerste instantie is deelname vrijwillig. Als naar mening van de gecertificeerde instelling de veiligheid van het kind onvoldoende blijft, kan een verzoek bij de rechter worden gedaan om een kinderbeschermingsmaatregel op te leggen om ouders te dwingen om mee te doen. Dat kan een ondertoezichtstelling, uithuisplaatsing of gezagsbeëindiging zijn. Een ondertoezichtstelling (OTS) van het kind houdt in dat de ouders niet meer alleen over de zorg voor het kind mogen beslissen. Er kan ook beëindiging van het ouderlijk gezag worden opgelegd, dan heeft een ouder helemaal geen gezag meer over het kind. De andere ouder krijgt eenhoofdig gezag of een pleegouder of gecertificeerde instelling krijgt gezag. Als de veiligheid van het kind dat nodig maakt kan een rechter naast deze kinderbeschermingsmaatregelen een uithuisplaatsing (UHP) opleggen of de hoofdverblijfplaats bij (een van) de ouders wijzigen. Bij uithuisplaatsing wordt het kind ondergebracht bij de andere ouder, bekenden, pleegouders/gezinshuis, begeleid op kamers of in een instelling. Kinderbeschermingsmaatregelen zijn geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Sinds 2015 geldt de Wet herziening Kinderbeschermingsmaatregelen.

Jeugdbescherming is geregeld in de Jeugdwet.  De Jeugdwet valt ook onder het burgerlijk recht. De Jeugdwet is er voor kinderen en jongeren tot 18 jaar die zorg en extra ondersteuning nodig hebben. Binnen de Jeugdwet is de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg sinds 2015 verlegd van het rijk naar de gemeenten. Het doel was om de jeugdzorg dicht(er) bij de mensen te organiseren met één kader, één financieringssysteem, samenhangende hulp per gezin, met één regisseur en met een centraal loket, gericht op meer zelfredzaamheid van burgers, waardoor de kosten van dure en gespecialiseerde hulp zouden verminderen. De organisatie, samenwerking en financiering van de zorg zijn binnen gemeenten georganiseerd en geregeld. 

In de Jeugdwet staan de taken van gemeenten. De gemeenten moeten onder andere:

  • jeugdhulp van goede kwaliteit aanbieden;
  • een beleidsplan voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg opstellen;
  • voorzieningen op het gebied van jeugdhulp (jeugdhulpplicht) treffen;
  • jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering organiseren;
  • maatregelen voor de aanpak van kindermishandeling nemen;
  • samenwerking met andere sectoren zoals zorg, onderwijs, politie en justitie zoeken;
  • vertrouwenspersonen aanwijzen voor jongeren en (pleeg)ouders die te maken hebben met jeugdhulpverlening.

In praktijk wordt in een jeugdbeschermingstraject bij scheiding gewerkt volgens 1Gezin1Plan, dus een gezamenlijke aanpak voor ouders en kind(eren). De richtlijn Scheiden en problemen van jeugdigen, uitgegeven door het Nederlands Jeugdinstituut, wordt gevolgd. Formeel heeft de gemeente regie over het traject. Als er geen afspraken tot stand komen, worden vanuit jeugdbescherming steeds meer drang- en dwangmaatregelen ingezet om de ouders ertoe te bewegen hun strijd op te geven en gezamenlijk afspraken te maken. Er kan een verzoek tot OTS worden gedaan. De Raad voor Kinderbescherming wordt dan ingeschakeld om de rechter te adviseren op basis van een omgangsonderzoek of een veiligheidsonderzoek. Vaak worden steeds nieuwe hulptrajecten ingezet. Als OTS niet leidt tot afspraken of samenwerking, kan gezagsbeëindiging volgen. Het is ook mogelijk dat een (ouder) kind op een bepaald moment aangeeft dat het ‘rust’ wil. Een rechter kan hierin meegaan en bijvoorbeeld de hoofverblijfplaats wijzigen of het ouderlijk gezag beëindigen.

In het proces van toenemende drang en dwang wordt regie overgedragen. De gecertificeerde instelling vertegenwoordigt de gemeente als regiehouder. Deze regiehouder zet hulpverlening in en de hulpverlening doet verslag aan de regiehouder. Voor ouders is het niet altijd makkelijk om zelf regie te houden.

De gecertificeerde instelling als regiehouder informeert ook de rechter als er geschillen zijn die vallen onder het personen- en familierecht, zoals over de omgangsregeling. Bij een OTS informeert de regiehouder de kinderrechter. Deze rechters zijn voor hun beslissingen in grote mate afhankelijk van de informatie die zij van de regiehouder krijgen.