Oudervervreemding en -verstoting

Loyaliteit

Het kind wordt geboren uit twee ouders. Volgens de literatuur (Nagy & Krasner: Tussen geven en nemen, 1994) blijft een kind altijd loyaal aan de eigen ouders. Ook al mishandelt of misbruikt een ouder het kind, het kind verliest de loyaliteit aan die ouder niet. Het kind dat wordt erkend, gezien en gehoord in die eigen ervaringen zal zich ondanks, en soms ook dankzij de eigen ervaringen, prima kunnen ontwikkelen. Het kind kan uitgroeien tot een krachtige en zelfstandige persoonlijkheid, met oplossend vermogen en met het besef tevens loyaal te zijn aan zichzelf.

Bij ouderverstoting stopt de ontwikkeling van een eigen persoonlijkheid van het kind.

Het kind richt zich naar de behoeftes en de belangen van de verstotende ouder en is inzetbaar

Het kind geeft de loyaliteit aan één ouder op

Het kind geeft zijn of haar loyaliteit aan zichzelf, de eigen identiteit en de eigen meningsvorming op

Het kind kopieert gedrag en communicatie van de verstotende ouder

Het kind toont zich niet oprecht naar derden

Dat oudervervreemding en -verstoting in de praktijk bestaat, is een feit. Daar is geen enkele twijfel over. Over wat er precies onder moet worden verstaan is echter geen eenduidigheid, laat staan wetenschappelijke consensus. Dit bemoeilijkt het beschermen van de rechtspositie van het kind en die van een verstoten vader of moeder, terwijl daar gezien de ernst van de gevolgen van ouderverstoting, wel een verantwoordelijkheid ligt voor iedereen.

Duidelijke definities

Er is voldoende initiatief, kennis, ervaringsdeskundigheid, en visie waarmee ingezet kan worden op het waarborgen van een veilige ontwikkeling van kinderen. Essentieel is dan wel dat we het over hetzelfde hebben. Bij gebrek aan een duidelijke definitie werkt Het Verloren Kind met onderstaande voorlopige definities. Met een beschrijving van de dagelijkse praktijk van het kind en de ouders sluiten we zo nauwkeurig mogelijk aan bij de feiten om oudervervreemding en -verstoting te duiden en herkenbaar te maken voor zowel ouders als professionals. Een oordeel over de ene of de andere ouder als persoon en/of de hulpverlening is niet in het belang van het kind.

Het doel van Het Verloren Kind is om breed draagvlak te creëren om zo het kind en de ouders – ook vandaag al – met concrete oplossingen perspectief te kunnen bieden.

Oudervervreemding is te zien als het proces waar het kind het contact met de eigen vader of moeder dreigt te verliezen en hier door een ouder actief op wordt ingezet. Dit gebeurt meestal bij gescheiden of scheidende ouders.

Ouderverstoting is dan het feit dat het kind als resultaat van oudervervreemding het contact met de eigen vader of moeder, alsmede de eigen motivatie tot contact, volledig is verloren. 

Voor de laatste ontwikkelingen en aanbevelingen uit onderzoek naar oudervervreemding en ouderverstoting verwijzen we naar het Europese Platform www.parentalalienation.eu. Wetenschappers van over de hele wereld delen hier hun kennis en ervaring.

Waardoor ontstaat oudervervreemding en -verstoting?

Wat kunnen redenen of oorzaken zijn dat ouder(s) bewust of onbewust het eigen kind het contact met de andere ouder willen ontnemen?

  1. Rancune en wrok naar de ex-partner, vaak in de periode rond de scheiding, maar soms nog lang daarna. Een ouder wil de ex-partner pijn doen via het kind.

  2. Een ouder wil het kind beschermen na huiselijk geweld. Als in de relatie tussen de ouders of tijdens de scheiding sprake is (geweest) van huiselijk geweld (psychisch, emotioneel of  fysiek), kan de ouder die het geweld ondergaat of onderging, het kind willen beschermen tegen de andere ouder of tegen het geweld zelf. Soms is het geweld een reden voor de scheiding. Het kan ook zo zijn dat een ouder pas na de scheiding beseft dat er huiselijk geweld was tijdens de relatie, of dat dan pas duidelijk wordt dat het kind er last van heeft of heeft gehad. Ook ontstaat het geweld soms pas na de scheiding. Zulk geweld wordt niet altijd door anderen gezien of onderkend.

  3. Een ouder wil het kind beschermen bij (ernstig) misbruik van het kind door de ex-partner. Het kind zelf kan doelwit zijn (geweest) van geweld of mishandeling door een ouder. Als de andere ouder weet dat dit plaats vindt, zal hij of zij het kind in bescherming willen nemen. Het is lang niet altijd duidelijk dat er kindermishandeling plaats vindt, bijvoorbeeld doordat de mishandelende ouder het kind met geweld of chantage dwingt om erover te zwijgen of te liegen of doordat het kind niet beseft dat het wordt mishandeld.

  4. Een ouder is niet in staat het belang van het kind voorop te stellen. Psychologische of psychiatrische problemen van een vervreemdende ouder kunnen ertoe leiden dat deze het vermogen mist om het belang van het kind te zien als anders en belangrijker dan het eigen belang. Dit wordt verborgen gehouden voor de buitenwereld en soms ook voor zichzelf. Vooral bij antisociale persoonlijkheidsproblematiek (narcisme, borderline, psychopathie) is dit aan de orde. 

In het proces van oudervervreemding is er één ouder die zich actief inzet om het eigen kind volledig op deze ouder gericht te krijgen en het contact met de andere ouder te ontnemen. Oudervervreemding grijpt in op de eigen persoonlijkheid van het kind. Soms wordt het gedrag van een vervreemdende ouder helemaal niet herkend. Soms zullen zorgverleners gedrag waarnemen en de vervreemdende ouder informatie geven over de schadelijke effecten van zijn/haar gedrag. Als dit er bij de vervreemdende ouder niet toe leidt dat dit schadelijke gedrag stopt, is het zaak om goed te kijken naar de redenen van dit gedrag. Het kan immers ‘goed bedoeld’ zijn. Huiselijk geweld, emotionele verwaarlozing en kindermishandeling zijn niet altijd zichtbaar voor derden. Het kan daardoor lijken alsof een beschermende ouder het kind van de andere ouder vervreemdt. Er zijn eenvoudige signalen die kunnen helpen om pathologisch gedrag te herkennen. Het is dus van groot belang om goed naar de motivatie voor het gedrag van de vervreemdende ouder te kijken.

Is ouderverstoting een feit dan heeft het kind de loyaliteit aan zichzelf en de eigen mening over de andere ouder opgegeven en staat het kind ten dienste van één ouder.

Voor de andere ouder betekent dit een verloren kind.

Voor een kind betekent dit een verloren zelf, het verlies van de eigen meningsvorming én het verlies van deze ouder!