Vreemde omgangsregelingen  

 Omgang na scheiding is in Nederland op een wel heel aparte manier geregeld! 

Historicus Angèle Steentjes onderzocht de redenen waarom kinderen na een scheiding één van de ouders niet of amper meer zagen. Dit naar aanleiding van een dissertatie van Carla van Wamelen uit de jaren ’80, getiteld: ‘Over ouderschap en ouderlijk gezag na een scheiding’. Van Wamelen maakte een historisch overzicht over de merkwaardige geschiedenis van omgang na scheiding in Nederland vanaf 1901 tot midden jaren tachtig. Al midden jaren tachtig pleitte Van Wamelen voor behoud van contact tussen kinderen en beide ouders.   

Aanleiding voor deze stelling was een door haar uitgevoerd groot onderzoek onder kinderen in de jaren tachtig. Veel antwoorden van de kinderen kwam verrassend binnen! Een voorbeeld: Een vraag of er omgang moest zijn na scheiding vonden de kinderen massaal een domme vraag. Waarom zou die er niet zijn?’ was hun tegenvraag.  

Analyseren van familiezaken

Angele Steentjes analyseerde voor haar onderzoek zo’n 64 familiezaken van vier gerechtshoven in de laatste vijf jaar en volgde parlementaire debatten tussen 1986 tot 2009 (de laatste wetswijziging). Steentjes ontdekte dat ons land ‘uniek’ was wat betreft de stem van de voogd, die tot 1998 alles bepalend was voor de omgang. In landen als Duitsland en Frankrijk had de niet-voogd wèl recht op contact met de kinderen, opdat hij/zij een wakend oog kon houden op de opvoeding (zg. ‘Droit de garde’). In Duitsland moesten ouders een intentieverklaring ondertekenen elkaar als ouder te respecteren.  

Angele ontdekte dat er per jaar veel familie-rechtszaken plaatsvinden, maar dat slechts een heel klein deel (plm. 7 tot 8 procent) van de uitspraken gepubliceerd wordt. Rechters maken die keuze zelf. Van de 64 beschikkingen kregen uiteindelijk 27 ouders een omgangsregeling en 37 niet. Zaken met geweld of misbruik weggelaten betreft het dus gewone ouders met kinderen die geen contact met elkaar mogen hebben (…) 

Overwegingen om geen omgang toe te kennen

Vier overwegingen om geen omgang toe te kennen komen regelmatig terug. De twee belangrijkste zijn ‘het kind wil geen contact’ en: ‘het kind heeft rust nodig of wil rust’ (in 25 van de 37 ontzeggingen). Het kind ‘wil niet’ en heeft ‘rust’ nodig betekent dus dat het kind en de ouder – meestal de vader – geen contact (meer) met elkaar hebben. Overigens ligt het argument ‘rust’ al behoorlijk onder vuur omdat steeds meer wordt onderkend dat het veelal een schijnrust betreft en vaker dan gedacht een constant gevoelde stress betreft.

 

Het meest storend hierbij is dat de rechters zich in feite verschuilen achter de wens van een kind dat in een benarde moeilijke situatie zit. Volwassenen komen er niet uit en dus moet het kind maar beslissen? Rechters hebben de mogelijkheid een (ouder) kind te raadplegen, maar zijn zeker niet (wettelijk) verplicht de wens van het kind te volgen. Het is dus de keuze van een rechter en zijn of haar verantwoordelijkheid om een kind weg te houden bij één of beide ouder(s) gebaseerd op het vaak gebrekkige, met aannames doorspekt advies van jeugdzorg. Rechters hebben voldoende wettelijke instrumenten maar durven die niet in te zetten – zoals omkering gezag of omkering van hoofdverblijfplaats. Waar het een enkele keer wel gebeurde, werden er goede resultaten geboekt nadat de ouder waar het kind woonde in hoger beroep ging. 

Gerechtshoven

Er zit overigens wel verschil tussen gerechtshoven. Het hof in ’s Hertogenbosch, waar Cees van Leuven heeft gewerkt, blijkt het kind minder een beslissende stem te geven. In dit hof wordt onderscheid gemaakt tussen het belang en de wens van het kind. Hier gingen rechters daarom niet altijd mee met de wens van het kind, omdat zij het niet in hem/haar belang vonden om geen contact met een ouder te hebben. Gingen ze wel mee met de wens van het kind, dan werd de omgang nadrukkelijk tijdelijk stopgezet, meestal voor een jaar. Officieel kan de omgang alleen tijdelijk worden stopgezet en kun je weer procederen als de situatie verandert, maar in de praktijk geven veel ouders het op. 

Cees van Leuven is overigens een rechter/raadsheer die zich al jarenlang inzet om te voorkomen dat de omgang tussen ouders en kinderen wordt verbroken na scheidingen. Van Leuven was voorzitter expertteam Ouderverstoting en complexe scheidingen, en pleit al langer voor een ander soort zitting voor familiezaken. Nu worden ouders, mede door advocaten, tegenover elkaar gezet en wordt niet naar oplossing gezocht. Ook ziet hij graag een aanvullende training voor familierechters. Werkt de ouder waar het kind woont niet mee, dan pakken de rechters echter meestal niet door.  

Jeugdzorg

De praktijk is dat rechters de problemen ‘over de schutting gooien bij jeugdzorg’ met de opdracht oplossingen te zoeken, terwijl het eigenlijke probleem vaak bij één van de ouders zit. Jeugdzorg doet veel fout, maar wordt vaak voor een onmogelijke taak gezet. Als iemand weigert mee te werken laat de rechter dat meestal zo, dus waarom zou Jeugdzorg al die moeite nog doen? Ouders moeten voor hun behandeling van het conflict allebei willen meewerken en er vaak zelf voor betalen. En als een ouder niet wil meewerken gebeurt er niets! (…) Bij geestelijk gehandicapten kinderen ligt dit nòg gevoeliger. In veel gevallen wordt één van de ouders als mentor aangesteld en kan de andere ouder gemakkelijk buitensluiten, maar daar is helemaal geen oog voor. 

 

Gerelateerde Artikelen

Wetenschappelijk rapport werkelijkheidsvinding

Werkelijkheidsvinding voor rechters bij  jeugdbeschermingszaken Recente wetenschappelijke inzichten voor rechters, beleidsmakers en de jeugdbescherming   Rapport Mei 2021 Wetenschappelijke feitenverzameling jegens zorg voor jeugd AdoptieZaken & Familierecht …